
STANDAARD- & SPORTKLASSE REGLEMENT ITPV 2009
Klassen:
1.
De klassen zijn verdeeld in twee
categorieën:
a. standaardklasse
b. sportklasse
2a.
Voor de standaardklasse gelden de volgende regels:
- de tractor moet een standaard landbouwtractor
zijn zonder wijzigingen.
- de complete hefinrichting en standaard
aftakas moeten dus aanwezig zijn.
-
de banden mogen niet opgesneden zijn.
-
het toerental van de tractor mag niet meer dan 2700 omw./min. zijn.
-
het aanhaakpunt mag maximaal
- mag niet voorzien zijn van (injectie of
toevoeging) andere brandstof dan diesel.
- de klassen waarin gereden word, is vrij
indeelbaar door de organisaties van de wedstrijd.
- uitlaten van tractoren met turbo moeten
voorzien zijn van een kruis in het uitlaat (2 bouten van m10 8.8) tenzij de
originele demper wordt gebruikt
2 b. Voor de sportklasse gelden de
volgende regels:
- de tractor moet een standaard
landbouwtractor zijn zonder merkvreemde delen.
- de motor
moet uiterlijk origineel zijn.
- tussen de motor en het koppelingshuis is
een tussenplaat toegestaan, mits deze standaard op de tractor aanwezig is.
- de aandrijflijn bestaande uit motor,
koppelingshuis, versnellingsbak en achterbrug, moet aan elkaar passen zonder
tussenplaten, flenzen of aangelaste delen.
- de turbo(maximaal 1 druktrap/ turbo), het
inlaatspruitstuk en de brandstofpomp zijn vrij.
- een intercooler is toegestaan.
-
de brandstof moet diesel zijn.
-
de banden mogen opgesneden zijn.
-
het toerental van de tractor mag niet meer dan 3000 omw./min. zijn.
- het aanhaakpunt mag maximaal
3. Voor de sportklasse gelden de
volgende limieten/ beperkingen:
3.0 ton; maximaal 4 cilinders met turbo,
motor inhoud maximaal 5 Liter
3,5
ton: maximaal 6 cilinders met turbo, motor
inhoud max
4,5
ton: maximaal 8 cilinders met turbo, motor
inhoud max 9 Liter
4.
Vierwielaandrijving is in alle klassen toegestaan, tenzij er een aparte klasse
is voor vierwiel aangedreven tractoren.
5.
Brandstofleidingen mogen onderling niet vast verbonden zijn.
Veiligheid:
1. De
tractor moet voldoen aan de eisen, vastgesteld in de “afdeling 8 (hoofdstuk
Landbouwtrekkers) van het Voertuigen reglement” Hierbij hoort ook een valbeugel
of veiligheidscabine. Deze voorziening moet het gewicht van de tractor (in de
zwaarste klasse van deelname) kunnen opvangen.
2. In de
standaardklasse mag het toerental van de tractor niet meer dan 2700
omw./min. zijn.
3. In de
sportklasse mag het toerental van de tractor niet meer dan 3000 omw./min.
zijn.
4. Het
toerental moet gemeten kunnen worden met een ‘sticker-meter’ en/of een
bereikbaar toerentalmeetpunt op een van de verstuiverleidingen. Indien om welke
reden dan ook het toerental niet te meten is, volgt een diskwalificatie van de
trekpoging.
5. Zichtbare
turbo’s van tractoren binnen de sportklassen moeten afgeschermd worden met
minimaal
6. Tractoren
in de sportklasse, die gebruik maken van een turbo, dienen zo kort
mogelijk bij de turbo in de uitlaat twee bouten, M10 (8,8), kruislings op een
zichtbare plaats door de uitlaatpijp gemonteerd te hebben. Indien de
luchtinlaat naar de zijkant is gericht moet ook hierin een kruis van 2 M10
bouten gemonteerd zijn
7. Voor de
sportklassen zijn een heupgordel, noodstop en dodemansgashendel verplicht.
8. De
noodstop dient zich aan de achterzijde in het midden van het voertuig te
bevinden, met een maximum van
9. De
noodstop dient de luchtinlaat af te sluiten, zodanig dat de motor geen toeren
meer op kan bouwen.
10. Alle
dodemansgashendels dienen zo te werken dat bij meer gas de hendel naar voren
moet worden gedrukt.
11.afscherming van het koppelingshuis d.m.v.
staalplaten met een dikte van 10mm, of een goedgekeurde
schervendeken(keuringsmerk dient op de deken te staan of een keuringsbewijs
dient op verzoek overlegd te worden). Vanaf
12. De
wedstrijdleiding van de ITPV en de organisatie hebben de bevoegdheid om een
deelnemer vóór of tijdens de wedstrijd op veiligheidsgronden te diskwalificeren
voor de wedstrijd.
13. Niet
verplicht, maar in de sportklasse wordt wel aangeraden:
·
afscherming
van de versnellingsbak.
·
montage
van stalen vliegwielen.
·
montage
van twee chassisbalken, van de achteras tot aan het motorblok, op drie plaatsen
bevestigd.
·
dragen
van brandwerende kleding.
·
brandblusser
op de tractor.( min 1.5kg )
Banden:
1. De
wedstrijden zijn opengesteld voor tractoren op rubberbanden en mogen in alleen
in de sportklasse opgesneden zijn. Stalen kammen, kettingen of iets
dergelijks zijn niet toegestaan.
2. De
totale breedte van de tractor mag niet meer dan
3. De
maximaal toegestane bandbreedte is
4. Als
de bandbreedte kleiner of gelijk is aan
5. Als
bandenmaat worden de door de fabrikant op de banden aangebrachte aanduidingen
gehanteerd.
6. Dubbellucht
is niet toegestaan.
Steigerbegrenzers:
1. Bij
alle tractoren(met uitzondering van vierwiel aangedreven tractoren deelnemend
in een klasse van 5,5 ton en hoger), zijn degelijke steigerbegrenzers
verplicht.
2. De
hefinrichting mag worden gebruikt op voorwaarde dat deze degelijk is
geblokkeerd en eventueel aanwezige snelkoppelingen degelijk zijn vergrendeld.
3. Steigerbegrenzer
en trekhaak mogen op geen enkele manier met elkaar zijn verbonden.
4. De
steigerbegrenzer moet het voertuig kunnen dragen in de zwaarste gewichtsklasse
waarin het deelneemt.
5. De
steigerbegrenzer dient te voldoen aan de maatvoering volgens de bijlage.
Trekhaak:
1. De
trekhaak mag geen constructieve verbinding hebben met een punt hoger dan de
hartlijn van de achteras.
2. De
trekhaak moet in alle richtingen spelingvrij gemonteerd zijn.
3. De
trekhaak dient horizontaal gemonteerd te zijn.
4. Bij
alle klassen mag het aanhaakpunt maximaal
5. Een
trekhaak korter dan
6. De
trekhaak dient te zijn voorzien van een aanhaakgat met een diameter van
7. Indien
de tractor is uitgerust met hydraulische vooras vering dient deze bij de
hoogtemeting, van de trekhaak, in de laagste stand te staan.
8. Een
zwaaihaak is toegestaan, mits deze is voorzien van een aanhaakgat met een
diameter van
9. De
trekhaak dient te voldoen aan de maatvoering volgens de bijlage.
10. De
tractor moet zijn voorzien van een degelijk front- aanhaak mogelijkheid.
Gewichten:
1. De
genoemde gewichten van de klassen zijn inclusief bestuurder.
2. De
ballastgewichten mogen niet achter de achterwielen uitsteken (i.v.m. de
veiligheid van de sleepwagenbemanning).
3. De
ballastgewichten mogen geen gevaar voor de bestuurder opleveren en hem op geen
enkele manier hinderen.
4. De
ballastgewichten moeten stevig en niet beweegbaar aan de tractor bevestigd
zijn.
5. De
frontgewicht(en) en/of gewichtendrager mogen niet verder dan
6. Een
ruimte van
7. Een
deelnemer moet met zijn tractor op een normale manier over de weegbrug kunnen
rijden zonder dat hierbij de gewichten op enigerlei wijze de weegbrug raken.
Kantelbeveiliging:
1. De
tractor moet voorzien zijn van een goedgekeurde kantelbeveiliging of een
veiligheidscabine.
2. Een
zelfgebouwde kantelbeveiliging moet voldoen aan de in de Nederlandse wet
gestelde eisen.
Reclame:
1. Reclameborden
zijn toegestaan, mits deze niet buiten de tractor uitsteken en het zicht van de bestuurder niet belemmeren. Met
uitzondering van borden draaiend gemonteerd in het wiel mogen borden niet
beweegbaar aan de tractor zijn gemonteerd.
Deelnemer:
1. De
deelnemer moet dit reglement ter kennis nemen en dient van het reglement goed
op de hoogte te zijn.
2. De
deelnemer mag alleen deelnemen als het inschrijfformulier correct ingevuld en
ondertekend is.
3. Een
deelnemer moet ten minste 18 jaar oud zijn, dan wel ten minste 16 jaar en in
het bezit van een geldig tractorrijbewijs Voor het buitenland gelden de
wettelijke bepalingen die in dat land nodig zijn om een tractor te mogen
besturen.
4. De
deelnemer neemt geheel op eigen risico deel aan de wedstrijd en vrijwaart de
organisatie en de ITTV van alle schade en aansprakelijkheid die het gevolg zijn
van deelname.
5. De
deelnemer moet minimaal WA+ verzekerd zijn en moet bij zijn verzekering gemeld
hebben dat hij/ zij deelneemt aan tractorpulling en moet dit kunnen aantonen
aan de organisatie en/of de wedstrijdleiding van de ITPV.
6. De
deelnemer moet het startnummer duidelijk zichtbaar aan de zijde van de
jurywagen aan de tractor bevestigen.
7. De
deelnemer mag het terrein niet onnodig beschadigen en op het terrein niet te
hard rijden(max.
8. De
motor van een deelnemend voertuig mag alleen worden gestart als de bestuurder
op de stoel zit. Pas als de motor geheel tot stilstand is gekomen, mag de
bestuurder het voertuig verlaten.
9. Het
is alleen de bestuurder toegestaan zich op een rijdend voertuig te bevinden.
Meerijden is op het gehele wedstrijdterrein verboden.
10. Het
is de rijder en/of helper ten strengste verboden onder invloed van alcohol of
andere stimulerende middelen aan de wedstrijd deel te nemen of zich op de baan
te bevinden. Bij overtreding en/of constatering volgt diskwalificatie voor de
gehele wedstrijddag. Tevens is het verboden tijdens de trekpoging te roken. Het
gestelde in artikel 8 van de Wegenverkeerswet (rijden onder invloed) is ook op
de wedstrijdbaan, -terrein van toepassing.
11. Alleen
de bestuurder en zijn helper worden tot de wedstrijdbaan toegelaten. Wanneer
een ander lid van het team zich zonder toestemming op de baan bevindt, kan tot
diskwalificatie van het voertuig worden overgegaan. Als baan wordt aangemerkt
de ruimte binnen de dranghekken inclusief de opstelruimte na de weegbrug.
12. Een
deelnemer kan door de wedstrijdjury van deelname worden uitgesloten wanneer
deze zich onsportief gedraagt jegens een andere deelnemer, een functionaris of
een toeschouwer.
13. De
deelnemer is zelf verantwoordelijk voor het naleven van dit reglement(de
organisatie zal steekproefsgewijs controleren op het naleven van dit
reglement).
14. Iedere
deelnemer dient op eigen kracht voor de sleepwagen te komen en na de trekpoging
op eigen kracht de baan te verlaten, tenzij er sprake is van materiaalbreuk.
Het rijden op het gehele wedstrijdterrein dient stapvoets te geschieden. Bij
overtreding volgt uitsluiting van deelname.
15. De
deelnemers in een gewichtsklasse dienen zich in startvolgorde op te stellen op
aanwijzingen van de wedstrijdleider of daarvoor aangestelde functionaris.
Trekpoging:
1. Na
maximaal 2 trekpogingen wordt de definitieve afstelling, in een klasse, van de
sleepwagen bepaald.
2. Deelnemers
die een proeftrek hebben gemaakt, moeten deze na zes deelnemers overtrekken.
3. Wanneer
de eerste vijf deelnemers uit een klasse een full-pull maken, heeft de
wedstrijdleiding het recht om de klasse opnieuw te laten beginnen, in de
oorspronkelijke startvolgorde.
4. Iedere
deelnemer dient binnen één minuut nadat de sleepwagen in de startpositie is
geplaatst en de beginvlagger een teken heeft gegeven met zijn trekpoging te
zijn begonnen.
5. De
tractor moet met een strak getrokken ketting aan zijn trekpoging beginnen.
Rukken is niet toegestaan, ook niet tijdens de trekpoging.
6. Onder
een trekpoging wordt verstaan het verplaatsen van de sleepwagen over een
meetbare afstand.
7. Een
deelnemer mag pas dan aan zijn trekpoging beginnen als de begin- en eindvlagger
de groene vlag geven. Een sleepstart is niet toegestaan.
8. Wanneer
een deelnemer binnen de twintig meter vrijwillig stopt, mag hij de trekpoging
éénmalig overdoen, er wordt dan niets aan de baan gedaan.
9. Tijdens
de trekpoging heeft niemand, behalve de baanfunctionarissen en de bestuurder
van het voertuig, toegang tot de baan. Als baan wordt beschouwd de
wedstrijdbaan tussen de witte kalklijnen.
10. Het
is voor de deelnemer verboden om tijdens de trekpoging te roken.
11. Als
de tractor tijdens de trekpoging de witte lijn raakt, wordt de deelnemer
afgevlagd en volgt diskwalificatie van
de trekpoging. Als na afloop van de trekpoging uit de sporen blijkt dat de
tractor buiten de baan is geweest zonder dat de rode vlag is gegeven, wordt
alsnog overgegaan tot diskwalificatie van de trekpoging.
12. Overmatig
verlies van vloeistof is niet toegestaan, tenzij dit het gevolg is van
materiaalbreuk. Overmatig verlies van vloeistof wordt gedefinieerd als een
constante stroom vloeistof op de baan of een plas met een doorsnede groter dan
20cm.
13. Wanneer
door een van de vlaggers de rode vlag wordt gegeven, dient de deelnemer
onmiddellijk te stoppen. Bij overtreding volgt diskwalificatie.
14. Een
trekpoging kan om een van de volgende redenen ongeldig worden verklaard:
-
verlies van ballastgewichten zolang het voertuig aangehakt is aan de
sleepwagen.
-
verlies of het niet goed functioneren van veiligheidsonderdelen onder de groene
vlag.
- overmatig verlies van vloeistof door een
voertuig onder de groene vlag.
-
het op onveilige wijze besturen van een voertuig.
-
het negeren van de rode vlag.
-
het niet tijdig aan de start verschijnen met een voertuig.
-
het buiten de baan raken van het voertuig.
-
het overtreden van enig voorschrift.
Wedstrijd:
1. De
deelnemer moet deelnemen in de gewichtsklasse waarvoor hij/ zij zich heeft
opgegeven.
2. De
startvolgorde wordt door loting bepaald door de ITPV of organisator.
3. De
deelnemer moet zich direct na het wegen opstellen.
4. Als
een gewichtsklasse afgewerkt is kan niet meer in diezelfde gewichtklasse
getrokken worden.
5. De
getrokken afstand is bepalend voor de klassering, wanneer meerdere tractoren in
dezelfde klasse een full-pull halen, wordt in de finale trek, met een zwaarder
afgestelde sleepwagen, de eindstand bepaald.
6. De
startvolgorde in de pull-off is de volgorde waarin de full-pulls zijn gemaakt.
7. Per
klasse kan slechts eenmaal met dezelfde tractor worden gereden.
8. Verlies
van olie is op het gehele wedstrijdterrein verboden. Bij een eventuele
olielekkage dient de vervuilde grond onmiddellijk secuur te worden opgeruimd.
Bij overtreding volgt een boete.
9. Een
klasse kan opnieuw worden gestart wanneer door onvoorziene omstandigheden de
baan zoveel is veranderd, dat er van een rechtvaardige competitie geen sprake
meer is. De oorspronkelijke startvolgorde wordt dan weer gehanteerd.
10. De
wedstrijdleider, beginvlagger en eindvlagger, heeft de bevoegdheid tot het
nemen van beslissingen tijdens de wedstrijd. Deze zijn bindend voor alle
betrokken partijen.
11. De
aanwijzingen van de wedstrijdleiding van ITPV en de organisatie dienen
opgevolgd te worden.
12. De
wedstrijdleiding van de ITPV en de organisatie heeft de bevoegdheid om een
deelnemer vóór of tijdens de wedstrijd op technische gronden te diskwalificeren
voor de trekpoging.
Het
niet naleven van het bovenstaande reglement heeft absolute diskwalificatie tot
gevolg.
In
gevallen waarin dit standaard- sportklasse reglement niet voorziet of bij
eventuele geschillen over de uitleg van enig artikel en/of bepaling, beslist de
wedstrijdleiding van de ITPV en/of de organisatie.
De
uitspraak van de wedstrijdleiding is bindend.
Verzekering:
De
deelnemers uit de sportklasse kunnen, voor het jaar 2009,deelnemen aan
de gezamenlijke verzekering van de ITPV. Voor deelname aan de gezamenlijke
verzekering van de ITPV, dient de sportklasse rijder/ rijdster aan de volgende
punten te voldoen:
·
Hij/
zij dient lid te zijn van de ITPV (contributie bedraagt € 50,- per jaar). Door
dit lidmaatschap kan de rijder niet alleen deelnemen aan de gezamenlijke
verzekering, maar ook mee beslissen/ denken over de reglementen(eventuele ITPV-
competitie) waaronder de ITPV rijdt en éénmaal per jaar deelnemen aan de
feestavond van de ITPV.
·
Hij/
zij dient de kosten van deze verzekering, voor aanvang van het seizoen, betaald
te hebben aan de ITPV, die de premie gezamenlijk betaald aan de
verzekeringsmaatschappij. Het bedrag voor het verzekeren van één tractor
bedraagt, onder voorbehoud van wijzigingen, € 130.- per jaar.
·
Hij/
zij dient ten alle tijden te voldoen aan het “standaard- en sportklasse
reglement
Bijlage:

